Rondreis Scandinavie met de camper in 2017

Restje dag 25, 26 en 27

Bij ons vertrek om een uur of twee, hebben we de eigenaars doorgegeven dat we toch nog een derde nacht aan ons verblijf toevoegen. Eerst nog even naar Seaby, een klein gezellig plaatsje. Een glasarts galerie is een van de te bezoeken locaties. De winkels in Denemarken hebben een gewoonte op alles op kleur bij elkaar te zetten. Dat vind je in Blokker-achtige winkels terug bij de koektrommels die keurig op kleur in de stelling staan. Dit was ook het geval bij de galerie. Alle verschillende vormen waren keurig in alle moderne kleuren vervaardigd en in elke hoek werd een kleur getoond. We hebben nog even in de haven gelopen en terug in het centrum hebben we op een terras op een plein een heerlijk kopje koffie gedronken.

De terugweg ging via een route langs de kust, die veel aantrekkelijker was dan de heenweg. Toen werden we namelijk naar de snelweg geleid ver van de kust. Bij aankomst op de camping hebben we nog even een bezoekje gehad van de hond van de camping. Hij weet ons inmiddels ook te vinden en wordt natuurlijk ook verwend door ons. Ook deze campingeigenaar snapt niet waarom Ilsa steeds bij ons langs komt. We hebben helaas geen voer voor de kippetjes die elke dag voor eieren zorgen. 

We hebben besloten om de volgende dag ergens voor Hamburg te overnachten en het morgenvroeg  rustig aan te doen en nog even uit te slapen. Robert wordt echter al voor achten wakker van de zonnestralen en gaan lekker voor de camper de Leeuwarder Courant lezen. Laura slaapt nog wat uit. Het weer in de regio Hamburg zal aan het eind van de dag verslechteren, dus dat is niet zo gunstig. We vertrekken rond half  twaalf naar het zuiden met de bedoeling om nog een bezoekje aan Aarhus te brengen. De camping begint leeg te lopen. Als wij vertrekken zijn er nog twee tenten en een caravan. 

Als we nog 50 km verwijderd zijn van Aarhus, begint het zachtjes te regenen. Eerst gaan de ruitenwissers op de interval, geleidelijk worden de tussenpozen steeds korter, totdat ze continue staan te zwiepen. Het bezoek aan Aarhus  wordt verschoven naar een volgende vakantie. Nadat de grens is gepasseerd, kijken we hoe laat we thuis zouden zijn. De Tomtom geeft aan dat het rond half acht zal zijn. Het weer verbeterd niet veel, getuige onderstaande foto.

We nemen de beslissing om toch maar door te rijden naar Leeuwarden, niet wetende dat er veel vertraging rond Hamburg is. Om een uur of zeven stoppen we vlak voor Bremen voor een snitzel met gebakken aardappeltjes. Het smaakt uitstekend en de vertragingen zijn gelukkig verdwenen als we weer verder rijden. De verwachte aankomsttijd loopt steeds verder op. Op zich ook logisch, want op dit traject zijn er geen snelheidslimieten en wij rijden rond de 100 km/uur. Uiteindelijk komen we rond half elf aan bij ons huis. De camper kunnen we niet kwijt op de parkeervakken, want de buren hebben niet gerekend op onze komst. We zetten hem dus maar voor huis in de wetenschap dat de buren morgen niet met hun auto weg kunnen.

De volgende morgen horen we een buurman druk manouvreren met zijn Mercedes, maar het lukt hem inderdaad niet. Hij zet zich helemaal vast als ik in slaapshirt naar buiten ben gesneld. Ik zet de camper een stuk naar achteren en hij kan gelukkig naar zijn werk. Zodra de andere buren ook naar het werk zijn, kunnen de camper over drie vakken voor huis neerzetten om hem schoon te maken. 's Middags 'beveiligen' we de plak door onze drie containers op de vakken te zetten als Robert de watertanks en toilet gaat legen bij de jachthaven. Daar is een keurige camperverzorgingsplaats van Leeuwarden. Bij de Mazzelshop worden nieuwe levelers gehaald. Deze oprijhulpen zijn dusdanig beschadigd dat we het niet kunnen maken om ze in deze staat terug te geven aan de verhuurders.

Om vijf uur is de camper schoon en staat klaar om morgen naar Emmen te worden gebracht. Deze Detleffs 5901 is ons uitstekend bevallen. Genoeg bergruimte voor alles wat mee moest. Een sterke 150 pk motor die vlot opschakelen mogelijk maakt.

Dag 24 en 25

We zitten in het Oostelijke deel van Denemarken op de camping en ’s morgens blijkt al dat we de goede keuze hebben gemaakt. Terwijl het in Noorwegen regent, zitten wij al vroeg naast de camper in de zon met onze bestelde broodjes en croissants. Wat een heerlijk rustige camping van twee Nederlanders die ook in het programma “ik vertrek” zijn geportretteerd.  Ze hebben het keurig voor elkaar. Gisteravond was een van de tips om even de zee (het Kattegat) in te lopen naar een zandbank voor de kust. Na het ontbijt hebben we dat dus maar gedaan. Het eerste stuk was nog wat modderig, maar daarna werd het een zanderige ondergrond. Het was best een eind lopen, maar het water kwam niet hoger dan de knieën. Op het rif aangekomen hebben we onderstaande foto’s gemaakt.

Op de terugweg bleek dat het opkomend water was, maar het was niet verontrustend. Toen we weer bij de kust aankwamen en achterom keken was er veel minder te zien van de zandbank. Als we later waren geweest hadden we waarschijnlijk deze wandeling niet gedaan.

De camping bestaat eigenlijk uit vier delen, gezien vanaf de weg naar de zee: een ontvangstruimte met gebouwen waarin de receptie, hutten, sanitair en de dieren zijn ondergebracht, dan een klein stukje bos en dan het gedeelte waar de gasten staan met campers en tenten. Er is zelfs een tipi. En dan nog een stuk weiland met een voetbalveldje en verder gras dat gedeeltelijk gemaaid is voor kleine tentjes. Alles hier is erg leuk opgezet.

Op de terugweg naar onze camper, raakten we in gesprek met een stel Nederlanders dat kampeert in een Citroen Jumpy. Een kleine bestelwagen met een hefdak. De eigenaars hebben in mei een kale tweedehands bus aangeschaft en die is in korte tijd omgebouwd tot camper. Misschien ook iets voor ons? Het is een veel lagere aanschafprijs dan een “echte” camper. Zij zijn echter niet zo goed voorbereid als gevolg van drukke tijden voorafgaand aan hun vakantie van zeven weken. Wij proberen hen zoveel mogelijk te vertellen van mooie plekken in Noorwegen, maar realiseren ons dat het lastig is om het op deze manier over te brengen. Ik geef ze de link naar onze weblog, zodat ze kunnen zien waar wij geweest zijn. Als Laura onze boekjes over Noorwegen ophaalt met mooie camperroutes en overnachtingsplekken, willen zij die graag overnemen. Wij hebben ook nog een van Zweden en we verkopen ze allebei. Zij zijn er erg blij mee, want ’s avonds krijgen we nog een fles rode wijn als dank.

De tijd vliegt voorbij en we moeten ook nog douchen, dus kunnen we pas op twee uur op de fiets richting Hou, een klein dorpje drie kilometer verderop. We nemen een fietsroute mee die bij de informatie ligt. De gehele route naar Hals en terug is 30 kilometer, maar we zien wel hoe ver we komen. Het kleine dorpje Hou, bereikten we na 5 kilometer, heeft leuke oude huisjes en een mooi klein haventje. Daar hebben we de fietsen geparkeerd en zijn via de duinen (net Vlieland) naar het strand gelopen. Erg bijzonder dat je ook in dit deel van Denemarken exact dezelfde vegetatie aantreft. Laura heeft weer schelpjes gezocht, het is werkelijk net Vlieland, terwijl Robert (on)geduldig wacht. Alles is hetzelfde . . .

We vervolgen de route naar Hals. De route beschrijving is simpel. Een mooi fietspad langs een lange rechte weg, waar maar geen eind aan komt. Na 9 kilometer fietsen, zijn we beide moe. We zien een kleine bakeri waar we koffie met iets lekkers erbij nemen. Dat hebben we wel verdiend vinden we zelf. Een conclusie - twee jaar geleden getrokken- dat er lekker gebak in Denemarken te verkrijgen is, werd ook dit jaar weer bevestigd. De kleine sportwinkeltjes nodigen uit om even te gaan kijken.

Laura moet nog steeds een nieuwe regenjas hebben en misschien hebben ze hier wel een leuke. Ze treft het: een roze en nog met korting ook. De juiste maat is er ook nog. Met mooi zonnig weer, maar met regenjas zoeken we nog even een supermarkt op. De terugreis aanvaarden zonder iets te eten mee te nemen, is niet verstandig. Met twee bananen, bier en wijn en hondenbrokjes, stappen we rond vijf uur op de fiets. De route terug gaat grotendeels door het bos en is erg leuk, toch zijn we blij dat we op de camping aankomen. De vraag wordt nu gesteld, waarom hondenbrokjes gekocht? Op de camping zijn meerder honden en wat is er leuker om die zo nu en dan te verrassen met een hondenkoekje. Zodra we buiten zaten, kwam de eerste al langs en genoot zichtbaar van onze traktatie.

Vandaag (dinsdag) zitten we aan de broodjes en is de hond van de buren te gast. Ook hij smikkelt van het etenswaar van ons. De Duitse eigenaar snapt niet waarom zijn hond steeds bij ons zit. Wij weten wel beter. We zitten om elf uur nog aan de koffie als Robert  bovenstaand stukje schrijft. De Duitse buren vertrekken en dan staan er nog slechts vijf onderkomens. Het seizoen is afgelopen, maar het weer blijft goed en wij genieten nog van de zon.

Vandaag gaan we nog naar Saeby, een klein dorpje zo’n dertig kilometer noordelijk gelegen. We hebben dus nog even de tijd. 

We moeten nog beslissen, waar we overnachten, maar dat kan later op de dag wel. Misschien komen we hier wel terug, want het bevalt hier uitstekend.

Dag 21, 22 en 23

We zijn de tel kwijt!!! Als een dag is weggevallen dan spijt ons dat, maar deze vakantie is gewoon te lang om vast te leggen. Daarom heeft dit verslag weer de juiste dagnummers. Waar de fout zit is voor ons niet te achterhalen en we laten het dus maar zo.

Afgelopen vrijdag hadden we een rit over de Atlanterhavsveien op het programma staan. Deze weg verbindt een aantal eilanden met een negental bruggen die een karakteristieke vorm hebben. De weersvoorspelling gaf aan dat het de hele dag zonnig zou zijn. 's Morgens begon het ook zonnig en dat voorspelde een mooie dag te worden. Laura had alleen hoofdpijn en is daarom toch om een uur of tien nog even gaan liggen. We hadden geen haast, want het startpunt is op korte afstand aan te rijden en de totale weg niet in minder dan een half uurtje te rijden. Het wolkendek werd dikker en dikker en toen we vertrokken scheen de zon niet meer. Daarom eerst de voorraden aangevuld, want deze was weer aardig geslonken. De reguliere boodschappen als cola, brood, boter e.d. spreken voor zich, maar we gunden ons zelf ook een dikke ijsco en paprikachips. Paprikachips is in het buitenland niet zo als we het in Nederland gewend zijn. Deze chips was van uitmuntende kwaliteit. Heerlijk gekruid en gemaakt van goede aardappels en ook nog in de reclame!

Toen we de eerste brug naderden konden we een mooie parkeerplaats gebruiken om een foto te nemen van de typische vorm van de bruggen.

De hoofdpijn was echter nog niet verdwenen en toen Laura voorstelde om even te gaan liggen, heeft Robert dat direct geaccepteerd en is ook op bed gekropen. Het voordeel van het huisje altijd bij je hebben, moet je benutten als het nodig is. We hebben allebei even lekker geslapen, maar werden dit keer niet gewekt door de wekker. De regendruppels op het dak onderbrak ons middagslaapje. Even later werd het droog en na een half uurtje was er zelfs weer een blauwe hemel tevoorschijn gekomen. Dat bleef gelukkig ook zo de rest van de dag. Weer mazzel dus . . . Dat het niet negen dezelfde type bruggen waren, was ons niet bekend. Dus na een paar mooie bruggen, bleek dat we al op het laatste eilandje aangekomen waren. Een dikke tegenvaller. Men rekent alle bruggen, dus ook de korte verbindingsbruggetjes van hooguit 50 meter mee in het totaal. 

Ook de vooraf uitgezochte camping aan een fjord voldoet niet aan onze verwachtingen. We zijn daarom weer teruggereden en hebben een plek bij een meer gevonden als overnachtingplaats. Het was gelegen in een groot natuurgebied met veel vogels. We stonden weer helemaal alleen en van het verkeer hadden we geen last. De ondergaande zon zorgde voor mooie foto's.

We hadden de laatste dagen al even vooruit gekeken, waar we langs zouden gaan op de terugweg. Gaan we door Zweden rijden of pakken we weer een boot vanuit Noorwegen naar Denemarken. Toen bleek dat de boot van Langsund naar Hirtshals op maandag en dinsdag vol was, hadden we in eerste instantie besloten om door Zweden te rijden. Echter het weer zou de komende dagen verslechteren en dus niet gunstig zijn op onze route. Al onze geplande bezienswaardigheden in Noorwegen hadden we bekeken, dus waarom nog langer in het Noorden blijven? We hebben daarom terstond besloten om dan de boot op zondag 27/8 naar Hirtshals te boeken, want die was wel beschikbaar.

Dit betekende dus op zaterdag rijden naar het zuiden van Noorwegen. Een rit van 567 km die volgens de TomTom acht uur zou duren. De gemiddelde snelheid in Noorwegen ligt ver onder de 80 km/uur. We zijn om half negen vertrokken en door een aantal stops (koffie, boodschappen en een wandelingetje) kwamen we om half acht aan op de camping, die aan het van de mooie route door Noorwegen ligt. Het was onderweg opvallend rustig en ook nog prachtig weer. Het was net alsof je door een gecreëerd landschap van een hobbyspoorbaan rijdt. Huisjes zijn tegen de bergrug aangeplakt. De weg en het spoor glooien door het dal om dan weer over een riviertje over te steken en aan de ander kant weer verder te gaan. En dat kilometer na kilometer. De reis ging voorspoedig en achteraf hadden we helemaal niet een vermoeid gevoel. De camping in Vikersund viel wat tegen, maar voor een nachtje is het best acceptabel. Het was alleen wat lastig de camper horizontaal te krijgen, want de ondergrond was heel erg glad, waardoor de voorwielen steeds doorslipten bij het oprijden van de levelers. Toch lukte het redelijk en konden we goed slapen.

De volgende dag was het heel erg mistig, maar na het douchen bleek die al aardig te zijn opgetrokken. Na enkele kilometers onderweg te zijn, was het weer de zon die het gevecht met de laaghangende bewolking gewonnen had. Deze dag restte ons de laatste kilometers (187 km) naar de haven van Langesund, waarbij we nogal wat tolpoortjes tegenkwamen. Laura vond dit maar niets, maar we hadden geen keus. Rond Oslo betaal je soms om de paar kilometer een bedrag gelijk aan 1 of 2 euro. De snelweg langs Oslo is echter gestremd en dat gaf wat problemen. Toen we de afslag Larvik met de veerboot naar Denemarken zagen, dachten we op de goede route te zitten. Gelukkig kwamen we erachter dat Larvik net aan de andere kant van de inham ligt en dat daar uit onze veerboot naar Denemarken niet vertrekt.

Gelukkig hadden we wat tijd ingecalculeerd en waren we mooi op tijd bij het loket voor het inchecken. Een Nederlander bij het loket was blijkbaar wat kwijt, want de rij waarin wij stonden werd alleen maar langer en schoot niet op. Dus toen we de mogelijkheid zagen, zijn we gauw van baan gewisseld en konden we direct door naar de opstelplaatsen. Het was erg warm in de camper door de fel schijnende zon en de afwezigheid van een zeebriesje. De start van de formule 1 op Spa konden we nog net bij het oprijden van de boot volgen via de iPhone. Max Verstappen viel al snel uit en dus zijn we maar gestopt met luisteren. Om half drie vertrok het schip via een mooi tochtje door de fjord.

We hebben op verschillende plaatsen gezeten, maar het langst aan dek in de zon. Onvoorstelbaar dat je midden op zee - het is vier en een half uur varen - gewoon in een t-shirtje aan dek kunt zitten.

Om zeven uur kunnen we direct de boot verlaten en zijn we op weg naar een camping in het oosten van Denemarken op een uurtje rijden van Hirtshals. Het blijkt dat de gps-coordinaten niet juist zijn aangegeven in het boekje dat we steeds gebruiken om rustig gelegen campings uit te zoeken. Een vriendelijke Deen met hond wijst ons vriendelijk de weg. Al rijdend hebben we steeds meer twijfels, maar een bordje met de naam van de camping brengt ons weer tot rust. We worden vriendelijk onthaald door de Nederlandse eigenaar en zijn hond. Het heeft de voorgaande avond hard geregend, dus krijgen we het eerste plaatsje aangewezen, zodat we slechts een klein stukje door het drassige gras hoeven te rijden. We krijgen nog allerlei tips om in de omgeving te kunnen doen. Afhankelijk van het weer, besluiten we morgen wat we gaan doen.

Nagekomen bericht dag negentien

Zoals al vermeld werd ons vanmiddag makreel aangeboden inclusief bakinstructie en bloem.

Alvorens te bakken moesten de gefileerde makreeltjes worden gekruid en daarna gepamperd in bloem.

De op het menu staande pannenkoeken moesten dus wijken voor dit  exclusieve gerecht. Daarom aardappelen geschild en een blik spercibonen  uit het achteronder gevist. De aardappelen gekookt en in schijfjes  gesneden en gebakken door kok Roberto.De vis door Laura in de keuken gebakken onder toeziend oog van vele campinggasten, die hier en daar enige assistentie en welkome tips gaven. Trots kwam ze met het resultaat terug bij de camper waar Robert de tafel al gedekt had en deze vol trots met zijn gebakken aardappelen en boontjes zat te wachten. De maaltijd smaakte voortreffelijk.

Nu de afwas nog....

Dag zeventien, achtien en negentien

Vanmorgen zijn we al vroeg vertrokken vanaf het eiland Runde. We hadden onze nieuwe wekker gezet. Deze wekker is standaard aanwezig in de camper en werk volledig op zonne-energie. De dakluiken zijn voorzien van blinderingen en als je wilt uitslapen dan doe je ze helemaal dicht en als je vroeg op wilt staan laat je ze gewoon open. Het wakker worden gaat volledig ontspannen zonder dat je opschrikt van het geluidssignaal. Wil niet te laat, maar ook niet te vroeg dan zet je ze in het midden. Het grote voordeel is dat als de zon schijnt je eerder wakker wordt en dus eerder kan genieten van de zon. Blijft de zon weg, dan slaap je gewoon wat langer.

Vandaag dus op naar Alesund. Het schijnt een mooie havenstad te zijn met een camperplaats op 250 meter van het centrum. De tocht wordt zoals gewoonlijk onderbroken voor een heerlijk gezet bakje koffie van Laura. Je merkt dat het landschap veranderd van hier en daar een huisje naar steeds meer huisjes. Dan doemen de industrieterreinen op. Deze hebben we ook maar eens bekeken, omdat we nog een supermarkt moesten vinden. Helaas – en dat hadden we kunnen weten want dat is in Nederland ook zo -  zijn er geen supermarkten op industrieterreinen. Dan maar kijken of we in Alesund wat kunnen kopen.

We komen om 11.45 aan op de camperplaats en het is behoorlijk bezet. Als we doorrijden naar achteren zien we een mooi plekje aan de kade met de neus naar de zee. Als de camper naast ons vertrekt verplaatsen we hem nog een tikje naar links, zodat we een vrij gedeelte naast onze camper hebben met een picknicktafel. Deze ruimtes zijn regelmatig terug te vinden en zijn een veiligheidszone voor het bereikbaar houden van de brandblusmiddelen. Dat is even treffen dus. Je kunt betalen bij een parkeerautomaat. Een mooi systeem, want je betaalt een dagtarief voor 24 uur en als je eerder weggaat kun je de creditcard weer invoeren en je krijgt het restant nog terug ook. We bezoeken de stad die ons doet denken aan “klein Vancouver”.

Veel toeristen (de Japanners waren er ook weer met hun cruiseschip), maar het is er heel gemoedelijk en reuze gezellig. Het mooie weer speelt natuurlijk in het voordeel. We drinken koffie op een terras, we eten een eenvoudige middagmaaltijd op een ander terrasje, drinken weer koffie op weer een ander terras. In een souvenirshop kopen we een leuke loper voor ons tenthuisje op Vlieland. Heel toepasselijk met meeuwen en strandkievieten als afgebeelde vogels. We vermaken ons prima aan de hand van een door de VVV uitgestippelde route door de stad. Een uitzichtpunt dat te bereiken is door 412 traptreden slaan we wijselijk over, want de vermoeienissen van gisteren voelen we nog in onze kuiten. Een bezoek aan een pand met tweede hands artikelen bezoeken we wel. Op weg naar huis zien we een ondergrondse supermarkt waar we nog wat boodschappen doen. Een oude bebaarde bejaarde vrouw vraagt ons in het Noors iets wat ze niet kan vinden. Onze Laura beheerst het Noors al aardig en weet Robert te vertellen dat zij om koffiefilterzakjes zocht. In het Noors is dat “kaffeeposse”, waarop Robert altijd hulpbehoevend koffiefilterzakjes zocht en deze aan de mevrouw toonde, waarop zij wederom boos in Noors duidelijk maakte dat dat het zeker niet was wat ze zocht. Het bleek om een zak koffie te gaan. Zat Laura er toch niet ver naast. We zijn om zes uur thuis. Wanneer de Huttigruten komt aan varen en vlak naast ons aan de kade aanlegt gaat Robert even kijken. Laura kon het niet meer opbrengen. Zij is het rondwandelen in de stad natuurlijk niet meer gewend. ’s Avonds doen we niets anders dan genieten van de zonsondergang. Onze picknickplaats wordt door vele amateurfotografen gebruikt om dit moois vast te leggen.

We hebben Alesund de volgende morgen weer achter ons gelaten en gaan met een omweg naar de Trollstigen. Een steile helling met vele haarspeldbochten die prachtig te zien zijn vanuit de berg aan de zijkant. Onderweg gestopt in Valldal, een klein dorpje bij een haventje. Laura zou nog graag wat aardbeien willen hebben voor op brood, helaas had de Spar alleen frambozen.

Langs de weg naar de “trollen” reden we door een landschap dat ons bekend voorkwam. We kwamen zelfs een camping voorbij waarbij we allebei gelijktijdig zeiden dat we daar zijn geweest. Links en rechts van de weg staan er alleen maar aardbeiplanten. Als we bij een stalletje komen, koopt Laura een bakje. Aftikken 5 euro.

Vlak voor het plaatsen van het bakje in de koelkast, wordt er eentje geproefd. Deze smaakt zo lekker dat ze nogmaals een bakje bij het aardbeihuisje ophaalt. Later vlak voor de Trollstigen eten we brood met aardbeien en maken we nog wat foto’s van onder andere een waterval.

Dan rijden we af op een parkeerplaats met touringcars, campers en auto’s keurig geparkeerd op een groot terrein. Wat een verschil met 19 jaar terug toen we hier ook waren. De plek werd bezocht door honderden toeristen en er was zelfs een grote hoeveelheid beton neergelegd om de waterafvoer te reguleren. Ze hadden blijkbaar nog wat beton over om nog een paar looppaden cq loopbruggen te maken. Op zich wel mooi, omdat het uitzicht daardoor perfect was geworden.

Wij dachten heimelijk terug aan onze klimpartijen van jaren terug om toch maar een glimp op te vangen van een paar haarspeldbochten. We hadden respect voor een groot aantal tieners die per mountainbike de Trollstigen hadden beklommen. Ze daalden veel sneller dan ons af en wij zijn daarom maar zo verstandig geweest om na een paar bochten naar beneden de camper stil te zetten, zodat er geen capriolen uitgehaald zouden worden om ons in te halen.

Toen moesten we nog twee uurtjes rijden naar Bud, waarbij er ook nog een veerverbinding in de route was opgenomen. Bij aankomst konden we bijna in een keer de veerboot oprijden. Dat was mazzel dus. Toen we aankwamen op de weg naar de camping, zag Laura dat er een mannetje op de fiets achter ons aan reed. Dit bleek de campingeigenaar te zijn, die zijn gasten al van verre ziet aankomen en alvast de fiets pakt om zijn bezoekers gastvrij te ontvangen. Geen loket, maar een uitnodiging om gauw binnen te komen en de administratie af te handelen. We mogen overal staan en waar je ook wil staan, er is altijd stroom te regelen, want hij heeft voldoende kabel. Dat blijkt ook als er later nog meer gasten komen en ook een lange verlengkabel nodig hebben. We zetten de camper op het gras, waarvan in de NKC al aangegeven was dat de ondergrond zacht was. Als we kijken hoe scheef hij staat moeten beide levelers er voor onder. De camper staat dan nog scheef maar het is acceptabel. Als we genieten van de zon en het zonnescherm laten drogen, zien we tot onze verbazing dat de levelers niet meer te zien zijn en de camper weer net zo scheef stond als bij aankomst. Een aantal plankjes helpt enigszins, maar veel beter wordt het niet. We moeten het er maar mee doen. Het terrein lijkt overal gelijk, dus ergens anders staan is geen optie. Je kunt zo staan als hieronder:

Maar wij geven hier de voorkeur aan:

We besluiten morgen het weer af te wachten en dan te bekijken wat we gaan doen. ’s Nachts horen we dat het regent en ’s morgens is er ook nog een buitje. We denken dat onze wekker defect is, want we worden voor achten al wakker. Nee hoor, hij werkt perfect. Tijd om op te staan, want de zon schijnt en de douches zijn nog vrij. Niet veel later genieten we van de gekochte aardbeien in de zon. Het idee wordt geopperd om per fiets naar Bud te gaan, maar Laura vindt het te gevaarlijk.  De route gaat namelijk over een stukje weg waar 70 km/uur mag worden gereden. De zon brengt de doorslag, we blijven op de camping en genieten van het weer. Morgen zien we wel weer. Meteen even tijd om de camper van de buitenkant even schoon te maken. Mooi klusje in de zon voor Robert.

’s Middags komt een Duitser met een groot mes onze richting op. We hebben toch niet kwaad gesproken over onze Oosterburen, maar nee ….  Hij komt vragen of we ook makreel willen hebben. Hij wil ze wel schoonmaken en zijn vrouw kan vertellen hoe ze gebakken kunnen worden. In ruil voor twee pleisters krijgen we een aantal gefileerde vis.

We moeten ze beslist niet bakken in de camper, maar in het keukentje van de camping. De lieve mevrouw bracht zelfs nog even een zakje meel bij ons, want daarmee moest je ze insmeren voor het bakken. Vanavond kijken of het lukt, maar er zijn genoeg deskundigen aanwezig. De mannen zijn weer de zee op en vanavond zal de vangst wel weer schoongemaakt worden met de vrouwen als hulpjes erbij.    

Dag veertien, vijftien en zestien.

We hebben wat problemen met de bereikbaarheid en de beschikbare Wifi. In Refvik blijkt het internet van dermate slechte kwaliteit te zijn dat het uploaden van een verhaal niet mogelijk is. Gisteravond zijn we aangekomen en is het gaan regenen. De hele nacht door horen we het getik van de regen op het dak. Als we ’s morgens al vroeg wakker worden, kunnen we onze ogen niet geloven. De zon komt over de berg heen en zorgt voor een totaal andere aanblik. Een prachtig wit zandstrand met een zee die een groene gloed over zich heeft. We lopen daarom direct naar de vloedlijn en ondanks het vroege tijdstip (8 uur) is het al lekker warm. We kunnen gewoon in korte broek en T-shirt een wandeling over het schone strand maken.

Het weer is zo mooi dat we besluiten om hier voorlopig te blijven en genieten de hele dag van de zon.  Robert leest het boek “de wereld volgens Gijp” in een dag uit, terwijl Laura veel op het strand is te vinden en tussentijds de was doet. Er liggen opvallend kleine schelpjes van enkele millimeters groot. Als je ze oppakt blijken ze zo broos dat het direct als kalk in je hand “smelt”.

De wind steekt op en gedurende de dag draait hij ook nog 180 graden, waardoor wij rondom de camper hebben moeten zitten. Hierdoor waren we in staat om onze mede vakantiegangers eens te observeren. Er zijn zeer bijzondere gasten op de camping. Veel Duitsers trouwens en een enkele Noor. Een vader met zoon en dochter, waarbij je denkt zou dat niet de opa moeten zijn. Duo “Schwarz”, een Duits echtpaar dat alleen maar zwarte kleding heeft en zelfs op het strand volledig bedekt met kleding in de zon gaat zitten. Een look-a-like van de vriendin van Astrid (Iris) die ook met hetzelfde dialect spreekt. Een veel oudere man met een jong meisje die blijkbaar toch een liefdesrelatie onderhouden. Dan aan de buitenkant op een ander veldje van de camping, een stel dat een klein tentje heeft meegebracht en alleen maar foto’s maakt van tafereeltjes van hun tentje, tafel en stoeltjes al dan niet vol gezet met glazen, borden en een vuurpotje. En dan natuurlijk die twee eigenwijze Nederlanders uit Leeuwarden, die een wasmachine laten draaien op standje ECO, waardoor hij uiteindelijk vier uur doet over een wasbeurt en daarmee alle anderen laat wachten, inclusief de moeders die beide de was van drie kinderen willen draaien nu het zulk mooi weer is.

’s Avonds regelen we in de kiosk dat we gebruik kunnen maken van de douche/toilet container door een dongle die we tijdelijk kunnen gebruiken. Robert leegt voor de zekerheid ons toilet van de camper ook nog op de camping, zodat we de komende dagen weer voort kunnen. We gaan verder Noordwaarts en daar zijn niet veel campings, zodat we veel “vrij” moeten staan. Een functionerend toilet is dan wel handig.

De volgende ochtend vertrekken we na een heerlijke douche. Eerst maken we nog even een rondje over de landtong, alvorens we naar Krakenes rijden om de vuurtoren te bekijken. Een mooie plek, maar de vuurtoren zit achter een huis en is alleen vanaf zee te zien. Op zich natuurlijk wel het belangrijkste, maar een mooie foto maken is niet mogelijk. Op een picknickplaats nuttigen we een kopje koffie met een koek. We rijden daarna weer richting Maloy, waar we ons vuil water lozen en extra water innemen. We willen ook nog wat geld pinnen. Onze Tomtom geeft twee plaatsen aan, maar we rijden nu driemaal door dezelfde straat en vinden ze niet. Uiteindelijk blijken ze er toch te zijn, alleen aan de ander zijde van de straat. Als Laura staat te pinnen, ziet Robert op nog geen 20 meter afstand de tweede staan ook aan de linkerkant. Je moet de TomTom ook niet voor 100 % vertrouwen.

Dan vertrekken we richting de VestKapp (West Kaap). Het is het meest westelijk gelegen deel van het vaste land van Noorwegen. Omdat we al op de Nordkapp zijn geweest moest de Vestkapp deel uitmaken van onze reis door Zuid Noorwegen. Het weer valt tegen, het regent regelmatig, maar als we stoppen is het toevalligerwijs steeds droog, of stoppen we niet als het regent? De weg naar de Vestkapp wordt naar mate we dichterbij komen steeds smaller en stijler, waarbij de breedte van de weg slechts 2.50 meter is. De vele schapen blijken het gebruik van de weg ook goed te bevallen, want zij weigeren pertinent in de berm te lopen als we willen passeren. Nee. . . ze gaan hardlopen tot het passeervak om dan weer breeduit te gaan lopen, zodat we ze nog niet kunnen inhalen. Wanneer we op de Vestkapp aankomen, valt het ons in eerste instantie wat tegen. De bewolking is laag, waardoor het zicht slecht is en het miezert ook nog. Toch lijkt de lucht lichter te worden. We kunnen nog wat verder omhoog rijden. Daar stappen we uit en dan speelt zich een schouwspel af dat zijn weerga niet kent. We zien eerst niets door de mist. Wanneer de mist opeens oplost, is vlak daarna een volledig in het zonlicht gelegen landtong te zien . Een minuut later is het weer mistig. We gaan in de auto zitten, want het is erg koud buiten. We staan hier wel een uur. We zien van niets, iets en dan weer alles. Er vliegen zelfs een viertal zeearenden voorbij, die elkaar aanvallen. Helaas kunnen we de lens niet gauw genoeg uit de “garage” halen om er mooie foto’s van te maken. Het is al zeven uur als Laura voorstelt om hier eten te koken. Een goed idee, en een half uur later staat het Indiaas rijstgerecht op tafel.

We mogen helaas niet overnachten op deze plek, maar gezien de harde wind lijkt ons dat ook niet zo geschikt. We rijden naar beneden en dan krijgen we een probleem met de camper. Het dashboard geeft aan dat het peil van de remvloeistof te laag is. We zetten de motor een paar keer uit, maar het probleem blijft zich voordoen. We denken dat het komt door de steile afdaling. Gelukkig hebben we later geen meldingen meer gehad en denken dat het daardoor kwam. We zien een camping, maar die lijkt ons niet geschikt. Het wordt al later en de duisternis begint in te treden. We zoeken dus maar een plaatsje op een bergweg hoog boven de fjord. Een kleine inham is voldoende en als het ook nog redelijk horizontaal is, besluiten we daar te overnachten. Na het sluiten van de gordijntjes horen we belletjes rond de camper. Als Robert door het raampje van de deur kijkt, ziet hij tot zijn verbazing een schaap recht in de ogen. Hij had een blik van “wat moet jij hier”? Later bleek de hele familie Schaap over de weg naar het dal te lopen. Schaapjes tellen was niet nodig om in slaap te vallen, want het watervalletje naast ons zorgt voor een geruis dat ons direct doet inslapen. De hele nacht regent het pijpenstelen en het watervalletje maakt ’s morgens veel meer lawaai. Als we naar buiten kijken is het een behoorlijk woeste waterval geworden. Het regent als we vertrekken en dat zal het de hele dag blijven doen.

We besluiten daarom direct door te rijden naar Runde in plaats van een extra overnachting onderweg. We moeten bij een veeroversteek een kwartiertje wachten op de boot en verderop zorgen grote hoge bruggen voor de verbinding tussen de eilanden. De reis verloopt prima en de camper wordt mooi schoon van al die regen. Om vier uur komen we op de camping Goksoyr aan,  waar we niet erg enthousiast worden ontvangen. De mevrouw draait haar verhaaltje voor de honderdduizendste keer af, maar doet geen enkele moeite om ons vriendelijk te verwelkomen. We hoeven alleen maar geld af te geven en verder niets. We krijgen een plaatsje toegewezen en staan met de neus richting zee. Het is laag water, maar ’s avonds wordt het vloed en slaan de golven op een aantal meters van ons stuk op de rotsen. Veel kabaal dus, maar het zal lekker slapen geloven we.

We worden laat wakker, maar gaan toch lekker douchen. Een uitgebreid ontbijt wordt ingenomen, want op het programma staat een wandeltocht de bergen in. De “aardige” mevrouw heeft ons een kaartje gegeven met een wandeling naar de vogelkolonies die het eiland rijk is. Er moeten skua’s (grote jager), jan van gent’s en zeearenden te zien zijn. Helaas zijn de papegaaiduikers al vertrokken, dus die zien we zeker niet. Even na elf zijn we voorzien van voldoende eten, drinken en benodigde apparatuur vertrokken. We schrikken van de eerste klim, een geasfalteerd pad dat steil omhoog gaat. We moeten een aantal keer stoppen om even bij te komen. Na vier stops zijn we aangekomen op een ander soort ondergrond en zijn het stenen met keien geworden. Het hellingspercentage is iets lager. We passeren een tweetal hekjes en vanaf dat punt dachten we dat het minder steil zou zijn. Dat was ook zo, ware het niet dat de ondergrond langzaam veranderde in sponzige modder met hier en daar een kei of rots afgewisseld met graspollen. Afhankelijk van de te nemen stappen maakten we gebruik van alle drie opties om het drassige deel maar te vermijden. Regelmatig passeerden ons medewandelaars die veel sneller konden. Dat is niet leuk, maar ook nog demotiverend. Toen we weer een stijl stuk voor de kiezen kregen naar een top, dacht Robert “dit redden we niet”. We waren nog maar een uur onderweg en het was een tocht die voor 6 uur lopen in het foldertje stond. We zagen weinig vogels, een paar skua’s en een klein op een mus lijkend vogeltje. Toen we bij de top aankwamen zagen we tot onze verbijstering dat we er nog lang niet waren. Het steeds slechter wordend pad dat eerst nog niet te zien was, liep stijl omhoog naar een nog hoger liggende top. De mensen die daar op liepen waren kleine poppetjes. Het ergste was dat dit de medewandelaars waren die ons kortgeleden voorbij waren gestoven. Tijd voor een tussenstop! Dit moesten we eerst mentaal verwerken. Laura was optimistisch door aan te geven dat we immers nog de hele dag hadden en dat half tien pas de zon onderging. Robert kon deze flauwe opmerking niet erg waarderen en zag alleen maar die top met die kleine mensjes.

Een energiereep en wat drinken deed ons goed. En de een vol goede moed en de ander met de moed in de schoenen gingen we verder. Hier en daar was het dermate drassig dat het water over de schoenen liep. Gelukkig bleven de sokken nog droog. Er werd een zeearend gespot. Robert ging, getooid met een grote lens die we verder niet meer bij andere wandelaars hebben waargenomen, nu ook sneller omhoog. Na 2,5 uur lopen zaten we inmiddels op zo’n 250 meter boven de zeespiegel. In het routeboek stond nog een weg naar de vuurtoren. De gedachte om weer helemaal naar beneden en weer omhoog te lopen om een vuurtoren te bekijken, was met onze conditie te veel gevraagd. Een blik op de vuurtoren, door even van het pad af te wijken, was voor ons voldoende.

In de rij van vreemde vogels, vroeg een jong Duits stel of dit de juiste weg naar “de vogels” was en of wij ze al hadden gezien. Laura maakte een gevatte opmerking door te zeggen dat zij er nog maar 1 gezien had. De jongen wist precies wat Laura bedoelde, want op zijn sweater prijkte een grote witte meeuw. Ze waren op zoek naar de papegaaiduikers, maar helaas, die zijn al lang geleden vertrokken richting zee. De jongelui hadden ook gekozen voor een ander pad dan ons, namelijk het blote-voetenpad. Beide broekspijpen opgerold en de sokken in de schoenen en die schoenen weer in de hand, liepen ze vrolijk verder. Wij waren inmiddels bij de kliffen aangekomen en hebben mooie foto’s kunnen maken van de zeearend en de jan van gent.

Voor we de terugreis aanvaarden, hebben we ons meegebracht brood en drinken genuttigd. Met ons buikje vol gingen we naar beneden via een pad dat veel gemakkelijker te lopen was. De ondergrond bestond eerst uit vlonders en even later uit platte natuurstenen. Vrij gemakkelijk ging het naar beneden, totdat we bij het steile geasfalteerd pad uitkwamen. Naar boven lopen was al zwaar, maar na deze tocht was naar beneden lopen bijna niet te doen. Onze vermoeide benen konden ons nauwelijks tegenhouden. Laura ging als een dronken vrouwtje hangend aan het leuninkje naar beneden. Tot groot vermaak van een groep Japanners die de tocht in omgekeerde richting maakten. Sommige dametjes hadden besloten de bergschoenen niet eens aan te schaffen, maar op hun mocassins de tocht te lopen. De mannen liepen op lakschoenen en in een modern truitje. Zowel de dames als de heren waren natuurlijk voorzien van veel gebruikte fotocamera’s. Naast een foto met de Nikon werd ook nog dezelfde foto gemaakt met de mobiele telefoon.

Beneden aangekomen liepen we voor het eerst weer horizontaal. Een rare gewaarwording. Op de camping aangekomen stond onze camper helemaal alleen op het campergedeelte. De zon verraste ons, zodat we nog even buiten konden uitrusten. Toen de zon verdween achter de berg, is Laura met het eten bezig gegaan en Robert heeft zo goed als hij kon de schoenen schoongemaakt.

’s Avonds hebben we van het uitzicht genoten. Er werd gevist op de pier en een Italiaantje naast ons ging barbecueën. Hij deed dat dermate overtuigend, maar we twijfelden of het eindresultaat wel te eten was. Hij zong en floot een liedje, ondertussen de vleestang als een dirigeerstokje hanterend. Zijn vrouw was ook geheel onder de indruk, want zij kon niet stoppen met het maken van foto’s van het schouwspel. Regelmatig werd het deksel opgetild en sloegen de vlammen links en rechts om de grote lappen vlees. Het Italiaantje keek dan even naar de onderzijde van het vlees, dat zichtbaar geheel zwartgeblakerd was en knikte dan goedkeurend. Daarna werd het stuk vlees weer op dezelfde wijze terug gelegd en het deksel weer op de bbq gedaan. Door de kleine gaatjes aan de zijkant kon je zien dat de vlammen niet doofden. Het viel op dat het gezin van de maestro niet lang heeft gegeten, want tussen het binnenbrengen van het vlees en de voorbereiding op de nachtrust zat niet veel tijd.

Het was donker toen een cruiseschip aan de horizon voorbij voer. De groep Japanners zaten waarschijnlijk aan boord, want je zag steeds flitslampen oplichten. Wij gaan nu slapen. Morgen op naar Alesund.

Dag twaalf en dertien

Op de camping in Lom zijn we na ons rondje door het dorpje eerst nog even buiten gaan zitten, maar helaas begon het zachtjes te regenen. Het zonnescherm was de oplossing, maar moest naar binnen als gevolg van de aantrekkende wind. Binnen hebben we daarom al vroeg een borrel genomen en het eten werd daarom dit keer ook wat eerder klaar gemaakt. Op het menu stonden dit keer de noodles. ’s Avonds hebben we alle tijd besteed aan de route van de volgende dagen. We zijn van plan om richting het westen te rijden en dan wordt het plannen van de route belangrijker, omdat je dan regelmatig gebruik moet maken van veerboten. Een in Groningen gekocht boekje van Duitse camperaars hielp ons daarbij, want een mooie route stond prima beschreven. Helaas kwamen we hier pas later op de avond achter, maar uiteindelijk hadden we de route uitgestippeld.

We werden wakker van de regen op het dak, dit leek niet best voor vandaag. Echter na het douchen brak de lucht boven ons open en werden we getrakteerd op zon. De route ging via Grotli, waar we direct de afslag naar de 258 namen. Deze weg hebben we twintig jaar terug onze toen nog nieuwe blauwe VW Golf hebben gereden, maar dan van de andere kant. Ook dit keer werden we overvallen door de schoonheid van dit landschap. Wederom was de weervoorspelling niet juist, want het regende niet of nauwelijks en de zon kwam zo nu en dan door de wolken. We hebben een aantal fotostops gemaakt. Onderstaande foto’s zeggen genoeg.

Ook de in de meegebrachte thermosfles verse koffie smaakte prima. Het uitzicht betoverend met meertjes, bergen met hier en daar nog sneeuw op de flanken. De weg is smal, maar zelfs touringcars reden deze route met gasten van de cruiseschepen. Wij zwaaiden keurig naar ons, maar men antwoordde alleen met boze – volgens ons jaloerse – blikken.

Aan het eind van de route heeft Robert de weg vrijgemaakt van rondlopende schapen. Als volleerd herder stuurde hij de schapen in de goede richting. Het weer sloeg om en er trok een grote wolk tussen de bergen het dal door, recht op ons af. Tijd om te vertrekken. We hadden en camperplaats uitgezocht dat aan een fjord gelegen was. Hiervoor moesten een klein stukje (16 km) van onze route afwijken en een smalle weg nemen. Het was grotendeels zo breed als de camper met passeerstrookjes. Zelfs een tunnel van 6,4 km was zo uitgevoerd. Toen onze TomTom aangaf dat we linksaf moesten, bleek de weg afgesloten te zijn met een slagboom. Dat was pech, want we waren op 2 km na op de plaats van bestemming. Er bleek een nieuw tunnel te zijn en de oude weg was afgesloten. Nadat we door de tunnel zijn gereden, kwamen we precies uit op de plek die beschreven was. Wat een stilte op een paar pratende vissers in kleine bootjes na. Het water draagt het geluid van heel ver. Deze dag was wederom prachtig geweest, maar door de grote hoogte en de wind, was het wel steeds koud geweest (6-12 gr). Een juist moment om in de voorraad te duiken om de meegebrachte zuurkool met worst klaar te maken. De zuurkool was veel te veel voor ons, maar de vissen in de fjord zullen ervan gesmuld hebben, want dat hebben wij ook gedaan. Na een wandeling over de oude afgesloten weg, zijn we rond negen uur gaan slapen.

De volgende morgen was Laura niet fit, hoofdpijn. Om zeven uur zat ze al voor in de camper en na een aspirine en een kop thee, is ze weer in bed gedoken. Robert is dikgekleed buiten gaan zitten om wat te lezen, zodat Laura lekker kon doorslapen. Rond negen uur werd ze weer wakker en voelde zich een stuk beter. Rond elf uur zijn we vertrokken richting de kust. Onderweg moesten we nog even naar een supermarkt om in ieder geval brood te kopen. De dorpjes die we passeerden beschikten echter niet over een supermarkt, maar toen we bij Bryggia reden zagen we er een bord met “Bakeri” erop. Toen we bij het bakkerijtje aankwamen zagen we vele auto’s komen en gaan met net zoveel gekochte broden. Binnen was het gezellig met complete bankstellen, zitjes en buiten ook nog picknicktafels. Het assortiment bestond uit vele soorten brood, maar dat kon weer niet gesneden worden. Daarnaast was de vitrine gevuld met verschillende taartjes, maar er werd ook ijs verkocht. Wij kozen voor cappuccino met een stuk taart. Het is tenslotte vakantie! De zon scheen volop en het was soms gewoon een beetje te warm.

Het doel was vandaag de Kannesteinen in Oppedal. Een bijzondere steen die door de eeuwen heen een speciale vorm heeft gekregen door het vele polijsten. Robert wil er een mooie foto van maken en daalde af over de rotsen om er dichter bij te komen. Toen Laura nog net de kruin van Robert kon zien verdween die plotseling uit het zicht om even later weer zichtbaar te worden en te horen dat hij niet een maar twee “natte poten” had. Hij was uitgegleden en met beide voeten in een spleet gegleden die vol zeewater stond.

Daarna zijn we vertrokken naar onze eindbestemming van vandaag, de camping in Refvik. Deze camping staat aan een mooi strand en onze verwachtingen klopten. Toen we aankwamen hebben we onze camper op een vlak stuk gezet en hebben niet gekozen voor een plekje aan het strand. Daar is het namelijk zo scheef dat je de camper nooit met blokken horizontaal kan plaatsen. Liggen in een scheefstaande camper leidt tot slaaptekort en dat willen we niet. Hieronder nog een paar foto's van de camping met een bijzonder ligging.


Dag elf

We hebben vandaag  besloten om in Lom op de camping te blijven. De weersvoorspelling is niet zo gunstig om nu naar het westen te rijden en eigenlijk is een dagje gewoon wat omhangen ook wel lekker. De camping in Lom ligt midden in het centrum en na het douchen en een kop koffie zijn we daar even gaan winkelen. De lunch hebben we op een bankje genuttigd. Laura had een tweetal broodjes en een pakje gerookte zalm gekocht en dat smaakte heerlijk. Een half litertje cola en een zak chips complementeerde de middagmaaltijd. Nu zitten we voor de camper en zowaar het zonnetje breekt door. Vandaag hebben we dus niet zo veel te vertellen en dus een klein verslag. Volgende keer weer wat meer. Maar twee grote foto's: